Maria Kruijsen

Maria Kruijsen ( Maria Victoria Rosalie ) werd op dinsdag 7 februari 1899 in Boxtel geboren als tweede kind en oudste dochter in het gezin van Jan Kruijsen en Barbara van Dijk. Jan was in 1897 op 23-jarige leeftijd getrouwd met de 19-jarige Barbara. In 1898 was al zoon Antoon geboren en in totaal zouden er 16 kinderen geboren worden.
Vader Jan Kruijsen was een autodidact in de schilderkunst. Al op jeugdige leeftijd had hij duidelijk een kunstzinnige aanleg laten zien en na zijn militaire dienst ging hij zich verder in de schilderkunst ontwikkelen en bekwamen. Hij stortte zich helemaal op “de verf” en werd daarin door zijn vrouw Barbara door dik en dun gesteund.
Vader Jan Kruijsen keek echter nauwelijks om naar zijn grote gezin en het is dan ook geen wonder, dat zijn kinderen daar in hun jeugd veel narigheid van hebben ondervonden. Vanwege een opdracht voor vader Jan heeft het gezin nog enige tijd in Tilburg gewoond, waar in 1903 zoon Everardus (Evert) is geboren. Daarna verhuisde het jonge gezin naar een huurwoning aan de Boschdijk in Woensel.
Vanwege een forse huurachterstand werd de familie in 1911 uit hun huurhuis in Woensel gezet en vonden zij onderdak in de oude Woenselse toren. Deze toren was een vochtige bouwval, die eigenlijk helemaal niet geschikt was voor bewoning. Het gezin woonde onder in de toren op een vloer van zand en de openingen en galmgaten waren provisorisch dichtgeplakt. Maar de toren had in ieder geval wel een dak!
Het overlijden van twee broertjes binnen een week die daar in de toren opgebaard hebben gestaan, was de zoveelste zwarte bladzijde in Maria’s jeugd. Volgens Maria waren ze van de honger ( ondervoeding ) gestorven.
Dat haar jeugd op zijn minst gezegd traumatisch was, bleek wel uit het feit, dat ze geen stap meer wilde zetten in de Oude Woenselse Toren in Eindhoven. Die fase in haar leven heeft op Maria als 12- jarig meisje erg veel indruk gemaakt. En tot overmaat van ramp overleed moeder Barbara op 25 april 1915 op 37-jarige leeftijd in het kraambed bij de geboorte van haar zestiende kind. Het drama was compleet. Moeder Barbara werd samen met haar doodgeboren baby op de arm begraven. En nog meer ellende: van de 16 kinderen waren er 9 die al op jonge leeftijd overleden. Maria heeft in haar jeugd dus al veel met de dood en met verdriet te maken gehad.


Oude Woenselse toren

Door alle gebeurtenissen en indrukken in haar jonge leven was Maria een stil, kwetsbaar, zwijgzaam en teruggetrokken pubermeisje van 16 jaar geworden. .
Toen gebeurde er echter een soort wonder: vader Jan slaagde er op wonderbaarlijke wijze in om in één keer al zijn schilderwerken voor 700 gulden te verkopen aan een anonieme joodse zakenman uit Zutphen.
Hij bracht met het geld zijn kinderen overal onder waar hij ze maar kwijt kon –o.a. de jongste drie Antoinetta – Harrie en Johan( Jan ) in een klooster in Woensel  – en trok de wereld in. Antoon en Maria hebben hun vader daarbij nog een tijd gezelschap gehouden.


Maria in 1919 geschilderd  door broer Antoon

Na wat omzwervingen kwamen ze in Heeze terecht. Op 6 augustus 1915 liet Jan Kruijsen zich inschrijven in het bevolkingsregister van Heeze samen met de kinderen Antoon en Maria. Later kwamen daar ook nog Pieter en  Everardus  ( Evert) bij. Ze woonden op de Rul E12. De Rul was een soort kunstenaarskolonie. Op 11 februari 1920 werden Jan en Antoon uitgeschreven. De andere kinderen waren al eerder uitgeschreven.
In de dorpsherberg van Heeze kwam Maria in contact met de directrice van een meisjespensionaat, die erg op haar gesteld raakte. Die bood haar vader aan om van Maria een welopgevoed meisje te maken. Hier kwam Maria in contact met Willy van Berkel uit Rotterdam, die later de vrouw van broer Antoon zou worden. Ook werd haar zangtalent en pianospel verder ontwikkeld. Maar Maria had in haar jeugd door de armoede in hun gezin de mindere kanten van het schilderbestaan aan den lijve ondervonden en ging de verpleging in. Ze werkt dan hier, dan daar!
Als verpleegster staat Maria van 9 juli 1919 tot 2 juni 1921 ingeschreven in de gemeente Mierlo en was toen afkomstig uit Baarn. Vanuit Mierlo vertrekt ze naar Utrecht. Van 20 juli 1922 tot 28 september 1922 werkt Maria in het gezin van broer Antoon en schoonzus Willy en hun pasgeboren baby in Oisterwijk. Gekomen vanuit Utrecht vertrekt ze dan naar Mönchen Gladbach.
In 1923 krijgt haar goede vriendin Annie van Houdt uit Utrecht een benoeming als onderwijzeres aan de lagere school in Handel en gaan Maria en Annie daar samen wonen. Annie zou tot aan haar dood in 1948 in Handel blijven wonen en ook aan Maria’s zwervend bestaan was een einde gekomen. De komende 60 jaar zou Handel de woonplaats van Maria zijn. Bij de gemeente stond Maria eerst ingeschreven als “huishoudster “, na het overlijden van Annie werd dit veranderd in “schilderes”.


Meisje met ballon


Links: Heereveldseweg 17 | Rechts: Heereveldseweg 15

Ze woonden de eerste 10 jaren toen op het adres wijk D nummer 50 en dat is het huidige adres Pastoor Castelijnsstraat 17.
In 1933 koopt Maria een stuk bouwgrond aan de Heereveldseweg van ondernemer/kruidenier Piet Maas uit Handel voor de prijs van 132 gulden.
Maria geeft aannemer Jan Ponjé de opdracht om een tekening te maken en naderhand om het huis te bouwen. Dit huis is in 1934 klaar en Maria en Annie betrekken dan hun nieuwe onderkomen.
Op 11 februari 1949 overlijdt echter vriendin Annie van Houdt op 59-jarige leeftijd en komt er een abrupt einde aan een periode van 26 jaar samenwonen.
Na het heengaan van vriendin Annie voelt Maria zich alleen in het grote huis. Ze heeft nu niet meer de zorg voor Annie en begint aan een geheel nieuwe fase in haar leven.
Ze laat een houten huisje ( noodwoning: zelf noemt ze het een “hut”) bouwen in de voortuin, Dat huisje krijgt de naam “De Krekel”. Ze gaat in dat huisje wonen en zich volop wijden aan haar twee grote passies: de muziek en de schilderkunst. In het grote huis komt broer Harrie met zijn gezin wonen, Als broer Harrie naar Gemert verhuist,  verkoopt Maria – na een splitsing van de grond van noodwoning en huis – het huis aan Jan Bergmans.


Maria en Baaike op bezoek bij buurvrouw Lena Maas

Muziek
Maria speelde piano en orgel, had een goede stem, speelde en zong graag en het was volgens deskundigen eeuwig zonde, dat zij door grote podiumangst het nooit verder heeft gebracht in de muziekwereld vanwege haar vrees om voor publiek op te treden.

Wel reed ze vrijwel iedere week met haar solex van Handel naar de Duitse nonnen in het Aarles Broek om te zingen, waarna ze op de terugweg bij broer Harrie en zijn gezin in Gemert aanschoof om een vorkje mee te prikken.
Ze speelde soms tot diep in de nacht op haar orgeltje en zong buiten bijna in de donker vol emotie in de natuur. Een goede kennis van Maria vertelt: “Ik reed haar naar een plek, waar de avondzon over een pas gemaaid korenveld scheen. Ze stapte uit, aanschouwde het landschap en zong met haar prachtige stem het Ave Maria. Aan het einde spreidde ze haar armen en riep over het veld: “De natuur is mijn kerk”. Ze stapte in de auto terwijl de tranen over haar wangen rolden”.
Maria kon uren praten over klassieke muziek en haar lievelingscomponist, de onsterfelijke Ludwig van Beethoven. Op haar orgeltje stond een bronzen kop van de Duitse componist. Pal naast van Beethoven stonden in brons gegoten gelaatstrekken van haar tweede idool, de virtuoos Fréderic Chopin.


De Krekel

Schilderkunst
In haar eigen kleine knusse woninkje gaat zij zich – naast de muziek – nu helemaal wijden aan haar andere passie: het schilderen.
Als kind kwam ze al met de schilderkunst in aanraking en keek ze mee, samen met broer Antoon, over de schouder van haar vader. Ze gaf al blijk van schilder- en tekentalent. Ze leerde over materiaal- en kleurgebruik en penseelvoering. Ze zei later niet voor niets: “Ik ben uit verf geboren”. Toch begon ze pas echt met schilderen vanaf haar vijftigste. Maria was autodidact en ontwikkelde gaandeweg haar eigen stijl, haar eigen gevoel, dat ze probeerde door middel van kleur en expressie in haar werk te leggen.
Maria leefde sober en zuinig en gebruikte daarom niet alleen schildersdoek om op te werken, maar schilderde ook op allerlei ander materiaal: jute, hout, karton, papier en board. Alles wat haar in het leven trof en boeide verwerkte ze in haar schilderijen: begrafenis, geboorte, dood, levensvreugde en verdriet. Maar ook bloemen, boerderijen en portretten, soms in opdracht.


Ondergaande zon weerspiegeld in ven

Maria’s stelregel was, dat het niet om de verf of de kleurcompositie of het onderwerp gaat, maar om het innerlijke, om de uitstraling van het werk op iemand persoonlijk, ·Maria hield er niet zo van om in de belangstelling te staan. Ze vond dat alleen maar flauwekul. Hiermee in tegenspraak was wel, hoe ze zich soms kleedde voor een bezoek aan een tentoonstelling: “ Bontmuts op, een dikke leren jas, een donkergroene rijbroek, hoge gevoerde bontlaarzen, op haar schoot een enorme grote tas”. Tja, dan kwam er natuurlijk wel iemand binnen!, ook al was Maria niet zo groot van postuur. En soms rookte ze daarbij ook nog een vers zelfgestopt pijpje.’
In het dorp viel Maria natuurlijk ook wel op als ze op haar Solex over de straat tufte met een Franse baret op haar hoofd en hond Baaike opzij in de fietstas. Dat was in die tijd niet het gewone vervoermiddel voor een hond. Maria heeft in haar omgeving veel waardering voor haar werk ontvangen en het is daarom geen wonder, dat veel van haar werk in particuliere handen is in de regio Gemert-Handel-Veghel-Uden.
Net als bij de grote componisten had Maria ook een eigen mening over wie er nou de beste Nederlandse kunstschilder van alle tijden is. Maar voor Maria was niet Rembrandt, maar Jozef Israëls de grootste.


Rozenvaasje

In haar bomvolle knusse huisje in Handel voelde Maria zich – samen met haar hondje Baaike – helemaal thuis. Met zingen, met spelen op haar orgeltje, met het maken van lange wandelingen door de bosrijke omgeving van Handel en met het schilderen vulde ze haar dagen. Maar ook bezocht ze graag tentoonstellingen en ging vaak op bezoek bij vele vrienden en kennissen. Ook haar eigen deur stond voor hen altijd open.
In 1983 vond huisarts dokter Schafrat het niet langer meer verantwoord, dat Maria daarop haar leeftijd nog steeds helemaal alleen woonde en ging Maria op 84-jarige leeftijd – na 60 jaar – Handel verlaten en verhuisde ze naar het bejaardenhuis in Lierop.
Na een hersenbloeding gaat ze naar het verzorgingstehuis “De Watersteeg” in Veghel, wat beter bereikbaar voor vrienden, familie en kennissen is. Op 12 mei 1988 overlijdt Maria daar op 89-jarige leeftijd en wordt op het kerkhof van Handel begraven.


Zelfportret

In 2025 wordt haar graf met de afbeelding van een schilderspalet op het kruis tot gemeentelijk monument verklaard.

Ander werk van Maria:


Vrouw in de nacht


Bos

Bronnen:

  • Kruysenhuis Oirschot
  • Weekblad Traverse: artikel Henk van Weert van 02-09-1978
  • Persoonlijke herinneringen

~ Arnoud Martens

Deel dit artikel: